Albert II

Koning Albert II werd geboren te Brussel, in het kasteel van Stuyvenberg, op 6 juni 1934.

Albert, die van bij de geboorte de titel "Prins van Luik" meekreeg, is de zoon van Koning Leopold III en Koningin Astrid, geboren Prinses van Zweden. Hij is de kleinzoon van Koning Albert I en Koningin Elisabeth.

Op 29 augustus 1935 verloor de Prins van Luik zijn moeder, Koningin Astrid, die overleed in een auto-ongeluk in Küssnacht, Zwitserland.

Op 10 mei 1940, bij de invasie van België, vertrok Prins Albert, samen met zijn oudere zus, Prinses Josephine-Charlotte, en zijn oudere broer, Prins Boudewijn, naar Frankrijk en vervolgens naar Spanje. De prinsen en de prinses keerden op 2 augustus 1940 naar België terug.

Zij zetten er hun studies verder, tot in 1944, hetzij in Laken, hetzij in het kasteel van Ciergnon in de Ardennen. In juni 1944, bij de landing van de geallieerden, werden Leopold III, Prinses Lilian - met wie hij in 1941 huwde- en de koningskinderen gedeporteerd door de Duitsers naar Hirschstein, in Duitsland, en vervolgens naar Strobl, in Oostenrijk.

Daar werden ze op 7 mei 1945 door het Amerikaanse leger bevrijd. Omwille van de politieke toestand in België, verlieten Koning Leopold III en zijn familie Oostenrijk in oktober 1945 om zich te Pregny in Zwitserland te vestigen, in de villa "Le Reposoir". Ze verbleven er tot juli 1950. Ondertussen zette Prins Albert zijn studies voort aan een college in Genève.

Op 22 juli 1950 keerde Koning Leopold III samen met Prins Boudewijn en Prins Albert naar België terug.

Op 2 juli 1959 trad Prins Albert in het huwelijk met Donna Paola Ruffo di Calabria, afkomstig uit een Italiaanse prinselijke familie. Koning Albert II en Koningin Paola hebben drie kinderen: Prins Filip (geboren op 15 april 1960), Prinses Astrid (geboren op 5 juni 1962) en Prins Laurent (geboren op 19 oktober 1963).

In 1962 werd Prins Albert aangesteld als Erevoorzitter van de Raad van Bestuur van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel. Hij oefende deze functie uit gedurende 31 jaar. In die hoedanigheid heeft hij het voorzitterschap waargenomen van meer dan honderd economische zendingen over de hele wereld en bracht hij talrijke bezoeken aan Belgische ondernemingen die actief zijn op het vlak van de export.

Om hulde te brengen aan de Prins, die zich gedurende al die jaren actief heeft ingezet voor de buitenlandse handel, werd in 1984 het Prins Albertfonds opgericht voor de opleiding van specialisten in buitenlandse handel.

Prins Albert was ook Voorzitter van de Algemene Raad van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas van 1954 tot 1992 en Voorzitter van het Belgische Rode Kruis van 1958 tot 1993.

Naast deze verschillende functies heeft Prins Albert ook acties gevoerd op het vlak van stedebouwkunde, huisvesting, natuurbescherming, monumenten en landschappen en, meer algemeen, op het vlak van milieubeheer.

In dit kader was hij voorzitter van, of nam hij deel aan, tal van internationale conferenties. In 1969 was hij, op uitnodiging van de Raad van Europa, voorzitter van de Europese ministeriële Conferentie rond de bescherming van het cultureel en architecturaal erfgoed.

Na het overlijden van zijn broer, Koning Boudewijn, legde Prins Albert op 9 augustus 1993 voor de Verenigde Kamers de eed af als zesde Koning der Belgen.