Toespraak van de Koning tot de Overheden van het Land 2010

  • 26/01/2010
Zie ook:
Thema:

Mijnheer de Eerste Minister,

Excellenties, Dames en Heren,

Ik dank de Eerste Minister voor de wensen die hij ons in uw aller naam heeft geboden ter gelegenheid van het nieuwe jaar. Mijn gedachten gaan nu in de eerste plaats naar het Haïtiaanse volk dat zo zwaar werd beproefd door een catastrofale aardbeving. Met bewondering wil ik al onze landgenoten bedanken voor de snelle hulp die zij dit fel getroffen land bieden, zowel langs gouvernementele als niet-gouvernementele organisaties. Op een ander vlak wil ik ook aan de werknemers van Opel en van zijn toeleveranciers zeggen hoezeer ik hoop dat er een evenwichtige oplossing zal worden gevonden. 

Maar vandaag zou ik u willen spreken over een bijzonder onderwerp, met name de eigenschappen die aan de Belgen worden toegekend, en hoe  we die eigenschappen kunnen bestendigen.

Meerdere recente gebeurtenissen hebben op mij indruk gemaakt. Ze betreffen medeburgers die op zeer verschillende gebieden werkzaam zijn. Er was de aanstelling van de allereerste permanente Voorzitter van de Europese Raad, de terugkeer van onze Astronaut na een opdracht van zes maand in de ruimte, de herverkiezing van de Voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, het bekend maken van nieuwe initiatieven door de President van de Europese Investeringsbank, de aanstelling van de Procureur bij het Internationaal Straftribunaal voor ex-Joegoslavië, en er waren ook de internationale prestaties van onze kunstenaars en van onze top sporters.

Die merkwaardige publieke bekroning van Belgische prominenten mag ons niet doen vergeten dat ook Belgen, gezamenlijk, uitmuntende prestaties op hun actief hebben. Ik denk aan onze militairen in het buitenland. Ze onderscheiden zich door hun voortreffelijke tussenkomsten op talrijke gebieden en in vele landen. Ik denk ook aan de ploeg die een nieuw Belgisch poolstation tot ontwikkeling bracht. Ik denk ook nog aan onze wetenschappers, aan onze goed presterende onderzoekscentra in tal van disciplines, en aan de organisatoren van internationale culturele evenementen als de Koningin Elisabethwedstrijd of Europalia.

Telkens worden door de buitenwereld een aantal eigenschappen onderstreept die de Belgen eigen zouden zijn. Zo zijn er onze toegankelijkheid voor andere culturen, onze creativiteit om compromissen te vinden, ons pragmatisme, een zekere bescheidenheid en het vermogen onszelf niet al te ernstig te nemen.

Veel van die hoedanigheden staan in verband met het multicultureel karakter van ons land, met het feit dat we een grensgebied vormen tussen twee grote Europese culturen, de Latijnse wereld en de Germaanse wereld. De invloed van die onderscheiden culturen bezorgt ons het voordeel een gemoedsstemming te verwerven van welwillend onthaal en begrip ten opzichte van anderen, van pragmatische aanpassing aan verscheidene situaties, zelfs de meest onverwachte of surrealistische.

De bestendiging van die eigenschappen bij onze medeburgers zal geschieden dankzij het behoud en het versterken van de betrekkingen zowel in eigen land als op internationaal vlak.

Elkaar ontmoeten, met elkaar praten, bouwt relaties op, opent perspectieven waarvan de gunstige gevolgen zelden op voorhand kunnen worden vermoed. Het is een buitengewoon middel om onze jongeren te wennen aan contacten met andere culturen, en ze voor te bereiden om uiteenlopende standpunten te verzoenen.

Praktisch gezien betekent dat in het bijzonder dat de kennis van onze drie landstalen dient aangespoord te worden, maar ook van het Engels en van andere talen. Meertaligheid is een grote troef en een zeer gewaardeerde kwaliteit in het beroepsleven. Het aantal buitenlandse investeerders in ons land getuigt daarvan.

Het is ook nodig jongeren aan te zetten een vorming en stages te volgen in het buitenland, hetzij via de Erasmusprogramma's of door toedoen van het Prins Alberfonds dat jongeren naar Belgische ondernemingen in het buitenland stuurt om er praktijkervaring op te doen. Ik heb de laureaten van het Fonds ontvangen ter gelegenheid van onze vijftigste huwelijksverjaardag en ik was geïmponeerd door hun openheid van geest en hun enthousiasme.

Zoals ik het daarnet zei komt het er op aan de betrekkingen in ons eigen land te ontwikkelen, met name tussen de middelbare scholen, de  hogescholen en de universiteiten van onze gemeenschappen. Dit is de voornaamste doelstelling van het Prins Filipfonds dat elk jaar aan talrijke jongeren de mogelijkheid biedt een ander gewest of cultuur van ons land beter te leren kennen.

Het is ook waardevol dat onze universiteiten hun betrekkingen met andere universiteiten in onze gemeenschappen voortzetten en verder ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor de samenwerking tussen  wetenschappelijke onderzoekers.  Ter gelegenheid van een recent bezoek aan een Interuniversitaire attractiepool ben ik getroffen geweest door het succesvol samenwerken van onze beste wetenschappers uit verschillende gemeenschappen en door de  waardevolle concrete resultaten die het opleverde. Dit is ook het geval op cultureel vlak. Met grote belangstelling heb ik in Brussel kunnen vaststellen hoe vooraanstaande kunstenaars en culturele instellingen verbonden aan onze onderscheiden gemeenschappen efficiënt en makkelijk samenwerken.

Ook in de politieke wereld dienen de contacten tussen verantwoordelijken uit onze gemeenschappen versterkt te worden. Recentelijk nog heeft men kunnen vaststellen hoe waardevol het kan zijn politici te hebben die de rol van bemiddelaar kunnen waarnemen in bepaalde situaties. Natuurlijk moeten ze daarvoor elke gemeenschap, elk gewest terdege kennen.

En ten slotte dienen we volop de centrale rol van ons land in Europa te valoriseren. Brussel, hoofdstad van Europa, is een aanmerkelijke troef voor heel ons land, zowel op economisch en cultureel als op politiek vlak. Die gunstige omstandigheid die ons door de geschiedenis en de aardrijkskunde wordt geboden moeten we ten volle benutten.

Kortom, ik geloof dat we de eigenschappen die ons internationaal vaak worden toegeschreven zullen behouden en ontwikkelen voor zover we die talrijke betrekkingen op diverse vlakken vrijwaren of zelfs herstellen. Vanzelfsprekend zullen we dat doen met eerbied voor de eigen identiteit van elke gemeenschap, van elk gewest, en in een geest van federale trouw.

Excellenties, Dames en Heren,

De Koningin en ikzelf en gans onze familie wensen u allen van harte een heel gelukkig jaar.