VIIde Jaarlijkse Conferentie van First Ladies van Noord- en Latijns-Amerika en het -Caribisch Gebied

  • 08/10/1997 - 09/10/1997
Zie ook:
Thema:

Het is mij een groot genoegen uitgenodigd te zijn op deze zevende jaarlijkse conferentie. Ik dank U allemaal, en in de eerste plaats Mevrouw Dora Boyd de Perez Balladares, dat U de uitnodiging dit jaar hebt herhaald, daar ik verleden jaar verhinderd was om naar La Paz te komen.

Mevrouw Balladares, toen U me vroeg over plattelandsvrouwen te spreken, moet U vermoed hebben dat die problematiek mij al vele jaren zeer na aan het hart ligt.

U geeft me nu een unieke gelegenheid U allemaal te ontmoeten en U te zeggen hoe sterk ik ervan overtuigd ben dat het vandaag, aan de vooravond van het derde millennium, de hoogste tijd is om de waardigheid van alle vrouwen ten volle te erkennen, te beseffen dat zij in de maatschappij een essentiële rol spelen, en om armoede en discriminatie aan te klagen als de flagrantste miskenning van hun fundamentele rechten als mens.

Bijna zes jaar geleden werd mij gevraagd om in Genève de Wereldtop van Vrouwen van Staats- of Regeringshoofden voor de Bevordering van de Economische Situatie van Rurale Vrouwen voor te zitten.

De Top werd voorbereid door een kerngroep van 6 First Ladies uit alle continenten. Met de onmisbare steun van het IFAD ("International Fund for Agricultural Development") slaagde de Top erin om 64 Vrouwen van Staats- of Regeringshoofden, de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer Boutros Boutros-Ghali, en vele leiders van multilaterale instellingen en andere gezagsdragers bij elkaar te brengen.

Doel van de Top was de publieke opinie, overal ter wereld, bewust te maken van de belangrijke economische inbreng van de plattelandsvrouwen, te wijzen op het grote, nog onontgonnen potentieel dat die vrouwen vertegenwoordigen, aan te sporen tot politiek engagement en uitwisselingen op alle niveaus, en ruimere financiële middelen ter beschikking te stellen.

De boodschap van de Top, bekend als de Verklaring van Genève, benadrukte zes thema#s: beleid, economische macht, financiële diensten, leefmilieu, vulgarisering, opvoeding en onderwijs, gezondheidszorg. De Verklaring werd officieel bekrachtigd door de Economische en Sociale Raad en door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Zij is sindsdien een van de belangrijkste referentiedocumenten voor de Verenigde Naties wanneer het om actieprogramma#s ten voordele van plattelandsvrouwen gaat, zoals uit de preambule van het Actieplatform in Peking blijkt.

De Internationale Stuurgroep (ISG) werd opgericht om na te gaan of de doelstellingen van de Top worden verwezenlijkt. Het comité bestaat uit First Ladies die de vijf regio#s vertegenwoordigen. Het staat in voor de praktische coördinatie van de activiteiten van de First Ladies wereldwijd en evalueert de geboekte vooruitgang.

De rol van pleitbezorger en belangenverdediger van de ISG werd op onze eerste bijeenkomst in Brussel, in 1994, door Mevrouw Ana Milena Munoz de Gaviria perfect omschreven: "Hoewel First Ladies in de meeste gevallen geen formele of bestuurlijke macht hebben, bevinden zij zich in een bevoorrechte positie van waaruit zij een sociale rol kunnen vervullen en die hen in staat stelt middelen vrij te maken en acties te ondernemen. Hun acties zijn geëvolueerd van wat in het Engels charity wordt genoemd naar acties voor grotere rechtvaardigheid, van ad hoc reacties op welomschreven problemen naar het uitwerken van een globaal beleid en actieprogramma#s op grote schaal."

Dat engagement als pleitbezorger voor de zaak van de plattelandsvrouwen overheerste tijdens de voorbereidende werkzaamheden en het verloop zelf van de Wereldvrouwenconferentie in Peking, van de Wereldvoedseltop en van de Top voor Microkrediet.

Er worden aanzienlijke inspanningen geleverd om Regionale Stuurgroepen op te richten die de acties coördineren en de informatie aan de verschillende landen van de regio doorgeven.

Ik heb Latijns-Amerika in dat verband vaak als voorbeeld aangehaald: via uw eigen overlegstructuur hebt U de goede gewoonte aangenomen om op uw jaarlijkse vergaderingen aandacht te besteden aan de situatie van de plattelandsvrouwen.

Hoewel het zwaartepunt van de actie onmiskenbaar op regionaal vlak moet worden gezocht, wordt ook de globale dimensie binnen de ISG door alle leden als een noodzaak beschouwd om ervaringen te kunnen uitwisselen en om onze zaak blijvende internationale aandacht te bezorgen.

Op onze laatste tweejaarlijkse ontmoeting verleden jaar in Amman werd beslist om, indien mogelijk, het aantal ISG-leden op te trekken tot vijf per regio.

De regio Noord- en Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied wordt nu maar door twee leden vertegenwoordigd: Paraguay en Saint Lucia. U begrijpt welke mijn verwachtingen in dat verband zijn, nu ik hier met U samen ben.

Laten we even terugblikken, en kijken wat we de voorbije zes jaar bereikt hebben.

De Verklaring van Genève heeft een verheugende, tweevoudige vooruitgang helpen bewerkstelligen die de zaak van de plattelandsvrouwen ten goede komt.

Ten eerste werd de voorbije vijf jaar duidelijk meer aandacht besteed aan de situatie van de plattelandsvrouwen, vooral op de conferentie in Peking; de meeste betrokken VN-instanties, regeringen en NGO#s erkennen nu de vooruitgang en participatie van vrouwen in het algemeen, en van plattelandsvrouwen in het bijzonder, als een sleutelvoorwaarde voor evenwichtige en duurzame ontwikkeling. Belangrijk in dat verband is de recente beslissing van de Wereldbank om "de plattelandsontwikkeling nieuw leven in te blazen, met de nadruk op de behoefte aan onderwijs, vooral voor meisjes".

Ten tweede verkreeg ons comité een algemeen raadgevend statuut bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

Dat statuut geeft ons het recht om officiële vertegenwoordigers aan te duiden voor de hoofdzetel van de Verenigde Naties in New York en voor andere VN-kantoren. Daardoor kunnen wij onder meer meewerken aan de voorbereiding van belangrijke conferenties en eraan deelnemen, documenten over plattelandsontwikkeling indienen, een actieve rol bij de VN spelen, kortom optreden als woordvoerder voor de arme plattelandsvrouwen die niet de middelen hebben om dat zelf te doen.

De Conferentie van Peking heeft grote hoop doen rijzen wat de lange termijn betreft, maar het is duidelijk dat de situatie van de plattelandsvrouwen nog altijd niet zo snel verbetert als wij zouden willen.

* Meer dan 60% van de ruim 1 miljard mensen op het platteland die in absolute armoede leven, zijn vrouwen, en dat percentage stijgt. Hun aantal neemt met 15 miljoen per jaar toe.

Plattelandsvrouwen zijn de belangrijkste voedselproducenten en dus een van de economische pijlers van hun land.

Zij leveren 60% van de arbeidskrachten in de landbouw.

Zij werken hard en staan in voor een groot deel van het inkomen van hun gezin.

Waarom is het aantal vrouwen onder de armen zo hoog ´ Wat houdt hen onder de armoedegrens ´

* Het is algemeen bekend dat de vrouwen in ontwikkelingslanden een drievoudige taak hebben: zij zijn moeder, zij zijn kostwinner en zij vervullen een rol in het gemeenschapsleven; dat alles tegelijkertijd.

* Plattelandsvrouwen worden meer dan vrouwen in stedelijke gebieden getroffen door de gevolgen van de snelle bevolkingsgroei, van het uiteenvallen van families, van de socio-economische of ecologische problemen.

* Bovendien blijkt uit de cijfers over gezondheid, voeding, onderwijs en deelneming aan de arbeid, dat plattelandsvrouwen in vergelijking met mannen steeds weer worden benadeeld:

een meisje op het platteland krijgt als kind een traditionele rol toebedeeld; onderwijs is voor haar bijna niet weggelegd; ondervoeding - die vaak ook reeds haar moeder trof - verklaart waarom zij niet normaal uitgroeit, wellicht werd ze uitgehuwelijkt toen ze haast nog een kind was; de vele keren dat ze een kind ter wereld brengt, betekenen voor haar een kans op twintig dat ze in het kraambed sterft; ze werkt zonder ophouden om haar gezin zo goed mogelijk te voeden terwijl ze zelf altijd het laatst aan tafel gaat; heel vaak staat ze alleen in voor de opvoeding en het welzijn van haar kinderen; op het werk is haar loon, als ze al een loon krijgt, lager dan dat van een man die hetzelfde werk doet.

* Bovendien hebben vrouwen nog altijd af te rekenen met vele culturele, sociale, legale en economische hinderpalen die hen beletten om een inkomen voor zichzelf en hun kinderen te verdienen. In vele samenlevingen hebben zij niet het recht land te bezitten, een krediet aan te vragen, bepaalde gewassen te telen of bepaalde medische behandelingen te krijgen.

* De toenemende afwezigheid van de echtgenoten, op zoek naar werk, de verzwakking van de familiebanden door socio-economische druk, de gewapende conflicten of burgeropstanden, dat alles samen heeft geleid tot een sterke toename van het aantal eenoudergezinnen met de vrouw als gezinshoofd. In het midden van de jaren 90 bedroeg dat aantal wereldwijd 25 %, maar meer dan 30 % in Afrika, en 80% in Ruanda, een onthutsend cijfer.

* Meer en meer gezinnen trachten de vicieuze cirkel van de armoede te doorbreken en verlaten het platteland, op zoek naar een beter leven. De uittocht uit het platteland is in een alarmerende stroomversnelling geraakt. In de stedelijke gebieden hier in Latijns-Amerika leven reeds meer vrouwen in absolute armoede dan op het platteland. Als de trek naar de steden ongehinderd doorgaat, zullen wij binnenkort worden, geconfronteerd met een algemene spiraal van stedelijke verpaupering, geweld, prostitutie en ziekte.

* Vrouwen en kinderen zijn nog altijd de eerste slachtoffers van geweld. Zij vormen 80% van de 60 miljoen vluchtelingen en gedeporteerden in de wereld, zoals in de Verklaring van Peking wordt benadrukt.

Die feiten zijn de oorzaak van de toenemende vervrouwelijking van de armoede waarin nu meer dan 600 miljoen plattelandsvrouwen leven. Zij worden opgesomd in de stroom van deskundigenrapporten die daarover verschijnen.

De feiten zijn ons bekend.

De oplossingen ook.

De Verklaring van Peking en het Actieplatform roepen regeringen en internationale organisaties, met inbegrip van de NGO#s, op om:

1) "de economische onafhankelijkheid van de vrouw te bevorderen en de toenemende last van de armoede op haar schouders weg te nemen door de structurele oorzaken van armoede aan te pakken, door ook in de rurale gebieden de vrouwen als levensbelangrijke actoren in de ontwikkeling te beschouwen en hun gelijke toegang te geven tot de productiemiddelen, de voorzieningen en de diensten";

2) "door duurzame, op de bevolking gerichte ontwikkeling te bevorderen, met name door de verstrekking van basisonderwijs, permanente vorming, alfabetisering en opleidingen, en door meisjes en vrouwen toegang te geven tot de gezondheidszorg";

3) "vrouwen gelijke toegang te geven tot de bestaande rijkdommen, met name land, visgronden, krediet, wetenschap en technologie, beroepsonderwijs, informatie, communicatie en handel."

De Conferentie van Peking heeft meer dan ooit tevoren aandacht gehad voor de plattelandsvrouwen, in een holistische benadering die de hele levenscyclus omvat. Als de aanbevolen acties daadwerkelijk worden uitgevoerd, zal het leven van de arme plattelandsvrouwen grondig veranderen.

Toch kunnen vrouwen niet worden verplicht om de beslissingen van internationale organisaties over programma#s en projecten die hen aanbelangen zomaar te aanvaarden. Zij kunnen evenmin worden genegeerd in de besluitvorming over aangelegenheden die met hun specifieke behoeften te maken hebben.

De meest urgente, zoniet de belangrijkste punten op de lange lijst van maatregelen, zijn de toegang tot kredietverstrekking en de toegang tot het onderwijs; de volgorde heeft geen belang.

In het algemeen kunnen vrouwen niet gemakkelijk krediet krijgen, daar zij vaak geen enkele borg - land bijvoorbeeld - kunnen geven. Als zij geld nodig hebben, moeten zij zich tot hun man of familie wenden, of tot geldschieters die vaak buitensporige intresten vragen. Vrouwen trachten geld te lenen om land, gereedschap, meststoffen te kunnen kopen of om hun producten op de markt te kunnen brengen. De behoefte aan vormen van krediet die voor plattelandsvrouwen toegankelijk zijn, is groot, maar de banken onderschatten meestal de productiviteit van die vrouwen en hun vermogen om de aangegane lening terug te betalen.

Latijns-Amerika heeft veruit de langste ervaring met microfinanciering. In deze regio hebben de vrouwen één derde tot de helft van de kleine landbouwbedrijven in handen. Veel plattelandsgezinnen die hier boven de armoedegrens leven, hebben dat peil bereikt dankzij de inbreng van de vrouw.

BANCOSOL, ADOPEM, CORPOSOL, om er maar een paar te noemen, zijn bekend geworden om hun financiële dienstverlening aan de armen, vooral aan de vrouwen, die anders van elke vorm van formele financiële diensten verstoken zouden blijven.

De ISG staat volledig achter de doelstellingen van de Top voor Microkrediet die in februari in Washington werd gehouden, met de medewerking van Dr. Yunus, stichter van de Grameen Bank. Wij zijn ervan overtuigd dat microkrediet een allerbelangrijkst instrument is om de levensstandaard van de plattelandsvrouwen te verhogen.

Tegen het jaar 2005 microkredietprogramma#s op het getouw zetten die 100 miljoen van de armste gezinnen, vooral vrouwen, moeten bereiken, dat klinkt ambitieus.

Als pleitbezorgers van deze plattelandsvrouwen zullen wij onze inspanningen voortzetten om dat te helpen verwezenlijken, om te tonen dat arme vrouwen kredietwaardig zijn en dat zij, als zij de kans krijgen, perfect in staat zijn om zichzelf en hun gezin uit die aanhoudende armoede te bevrijden.

Tot besluit nog een woordje over opvoeding.

"Als je een jongen opvoedt," luidt een Afrikaans spreekwoord, "voed je één persoon op. Als je een meisje opvoedt, voed je een hele familie, een hele natie op."

Opvoeding, ook in de "school van het leven", en het eigenlijke onderricht zijn van doorslaggevend belang voor de verbetering van de situatie van de plattelandsvrouw: zowel voor een betere voeding en gezondheid van haar gezin, als voor grotere zekerheid inzake voedselvoorziening voor de natie als geheel.

Om het in de taal van de Wereldbank, in termen van kosten en baten uit te drukken: "Van alle mogelijke vormen van investering in ontwikkelingslanden biedt investeren in de opvoeding en onderwijs van meisjes het hoogste rendement ".

Niet alleen is het de beste investering die de ontwikkelingslanden kunnen doen, het gaat ook om een fundamenteel recht van de mens.

Maslow zegde het reeds: "Intellectuele ontwikkeling en onderwijs zijn onverenigbaar met honger," en omgekeerd "kun je honger en armoede niet bestrijden zonder opvoeding en onderwijs."

Ook op dat vlak zijn flagrante voorbeelden van discriminatie te vinden.

* In zijn nieuwe World Education Program for Children in Need (Wereldprogramma voor de opvoeding van kinderen in nood) vestigt de UNESCO de aandacht van de wereld op de honderd miljoen kinderen die in absolute armoede en ellende moeten overleven. Het zijn straatkinderen, uitgebuite kinderen, gehandicapte kinderen, slachtoffers van oorlog en sociale onlusten.

* Hoewel het aantal schoolgaande kinderen in een vrij groot aantal landen aanmerkelijk is gestegen, zijn het vooral de jongens die van die verbetering profiteren. Van de 130 miljoen kinderen die niet naar school gaan, zijn twee derden meisjes.
* De inschrijvingscijfers vertellen niet altijd het hele verhaal: vaak wordt geen rekening gehouden met vroegtijdige schoolverlating, terwijl ook de kwaliteit van onderwijs en opvoeding een bron van grote bekommernis blijven.

Regeringen, internationale organisaties en NGO#s staan bijgevolg voor de zeer grote uitdaging kwaliteitsonderwijs binnen het bereik van alle kinderen te brengen, zonder enig voorbehoud.

Ik zou even willen herhalen wat mijn man in een toespraak tot de natie ooit zegde. Ik citeer: "Onderwijs moet jonge mensen in contact brengen met alle aspecten van de hedendaagse realiteit, hun een waardenbesef bijbrengen, kortom, hun leren hoe je moet leren, maar ook en vooral, hun leren hoe je moet leven".

Volgens mij is die uitspraak een uitdaging voor het onderwijssysteem: de uitdaging om kennis door te geven, en tegelijk de persoonlijkheid tot voile ontwikkeling te brengen, teneinde de kwaliteit van het leven en de menselijke waardigheid van elk individu te vergroten.

Ik meen dat wij het er allemaal over eens zijn dat de waardigheid van de menselijke persoon universeel is en op zijn spirituele dimensie berust. Die "vlam van de ziel" die in ons woont, maakt dat "de mens de mens voortdurend overtreft", om het met Pascal te zeggen. De mens van die spirituele dimensie beroven, betekent hem in zijn diepste wezen aantasten.

Het spirituele in de menselijke natuur betekent uiteindelijk ook dat een menselijk wezen nooit mag worden onderworpen aan de macht van de economie, de politiek of de traditie. Wie dat vergeet, is klaar om de meest abjecte vormen van individuele of collectieve onrechtvaardigheid te tolereren.

Net vóór zijn dood herinnerde mijn dierbare echtgenoot Koning Boudewijn ons aan de absolute noodzaak om naar de basiswaarden van onze beschaving terug te keren: solidariteit, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid, respect voor het gezin en voor elk individu. Telkens een samenleving die waarden opzijschuift, zegde hij, lijdt zij en doet zij anderen lijden.

Al die waarden dragen bij tot de waardigheid van het mensdom. Zij zijn de waarheid en het geluk in mijn leven.

Ik dank U.