Top voor de economische Promotie van de Plattelandsvrouwen

  • 25/02/1992
Zie ook:
Thema:

Dames en Heren,

Het verheugt me zeer U te mogen verwelkomen namens al diegenen die deze Top voor de Economische Promotie van de Plattelandsvrouwen in de Derde Wereld hebben voorbereid.

Ik voel mij persoonlijk sterk betrokken bij deze Topconferentie omdat die ons een unieke gelegenheid biedt om samen de strijd aan te binden tegen één van de meest onbillijke en onmenselijke vormen van discriminatie, namelijk die waarvan de meeste plattelandsvrouwen in Derde wereldregio#s het slachtoffer zijn. Meer dan 500 miljoen vrouwen lijden onder discriminerende toestanden die hun extreme armoede nog erger maken.

Hun situatie verschilt weliswaar van continent tot continent en van land tot land. Nochtans zijn er punten van overeenkomst.

Het zijn de vrouwen die zorgen voor de overlevering van de essentiële waarden, in het bijzonder van de positieve familiale waarden die op de traditie berusten; de vrouwen zijn tegelijk verantwoordelijk voor de toekomst van de maatschappij, want aan hen komt in de eerste plaats de zorg voor, en de opvoeding van de kinderen toe. Zij doen de huishouding en bovendien ook het zwaarste werk waarvoor ze slechts een karig loon krijgen. In de gemeenschap genieten ze onvoldoende erkenning en worden ze dikwijls als objecten beschouwd.

Sommigen onder hen en hun kinderen proberen die vicieuze cirkel van de armoede te doorbreken en verlaten het platteland in de hoop op betere levensomstandigheden in de stad. Maar al te dikwijls worden die jonge mensen het slachtoffer van een schandalige en onterende handel. Want miljoenen onder hen komen terecht in de prostitutie in de grootsteden van hun land of van het Westen. Die moderne vorm van slavernij kunnen we maar niet krachtig genoeg veroordelen.

Eén van de doelstellingen van onze vergadering is de aandacht van de wereldopinie te vestigen op de toestand van de plattelandsvrouwen in de Derde Wereld, en ook de regeringen van hun landen en van de geïndustrialiseerde wereld, evenals de internationale instellingen en de niet-gouvernementele organisaties voor hun lot te sensibiliseren.

Maar ik geloof dat het onze plicht is verder te gaan en de krachtlijnen te bepalen van een programma dat verandering teweegbrengt.

De plattelandsvrouwen moeten gelijke kansen krijgen op onderwijs en bevrijd worden van de culturele en wettelijke dwang die hun ondergeschikt maakt.

Als voorbeelden van enkele concrete maatregelen die men zou kunnen voorstellen, neem ik het toestaan van "landbouwkrediet" aan vrouwen, hen de kans geven om grond in eigendom te bezitten, vrouwen betrekken in de technische bijstand aan de landbouw, ze raadplegen over hun eigen specifieke behoeften. Daar zij een zwaar deel, dikwijls een al te zwaar deel, van het werk op zich nemen, mogen zij niet als tweederangsburgers worden behandeld, noch worden opzij gezet zonder recht van inspraak of participatie.

Als wij dat kunnen bewerkstelligen, zullen wij niet alleen hun onontbeerlijke emancipatie in de hand werken, maar ook bijdragen tot de economische ontwikkeling in de Derde Wereld, waarvan de vrouw door haar arbeid één van de voornaamste pijlers is.

Na onze vergadering zal het erop aankomen te zorgen voor de follow-up van de resoluties die wij zullen goedkeuren. Die resoluties gaan de toestand van honderden miljoenen vrouwen moeten veranderen. Vergeten wij echter niet dat, als wij die verandering willen tot stand brengen, er dan niet alleen gedragingen, leef- en werkpatronen moeten worden gewijzigd, maar dat ook de mentaliteit die al duizenden jaren in de mens geworteld is moet worden aangepast.

Tot besluit wil ik, in ons aller naam, het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling en zijn Voorzitter, Ambassadeur Idriss Jazaïry, die zich al lang voor de plattelandsvrouwen inzetten, zeer hartelijk danken en feliciteren.

Ik wens in het bijzonder hulde te brengen aan de beperkte groep initiatiefneemsters van onze vergadering, de Dames Ana Milena Munoz de Gaviria van Colombia, Suzanne Mubarak van Egypte, Dato Seri Datin Paduka Dr. Siti Hasmah Binte Haji Mohammed Ali van Maleisië, Maryam Babangida van Nigeria, Elisabeth Diouf van Senegal en Semra Ozal van Turkije. Zij hebben deze Top op gang gebracht en hem met grote zorg en dynamisme voorbereid.

Ik zou ook de plattelandsvrouwen willen danken die hier aanwezig zijn en al diegenen die ze vertegenwoordigen, omdat zij bereid zijn vandaag en in de toekomst hun ervaring en hun hoop met ons te delen.

En ten slotte gaat onze dankbaarheid uit naar de Verenigde Naties en de Secretaris-Generaal, de Heer Boutros-Ghali, evenals de Zwitserse overheid, voor hun warme gastvrijheid.

Ik verklaar de Top voor de Economische Promotie van de Plattelandsvrouwen voor geopend.