Toespraak van de koningin naar aanleiding van haar 60ste verjaardag

  • 11/06/1988
Zie ook:
Thema:

Beste vrienden,
Lieve kinderen,

Tot voor kort was ik er niet zo zeker van, dat de viering van mijn zestigste verjaardag mij écht genoegen zou doen. Ik zag mij immers in een leeftijdscategorie belanden, waarin het lichaam wat strammer wordt, het weerstandsvermogen afneemt, kortom, waarin men niet meer de kracht heeft van vroeger.

Mijn man heeft er mij echter aan herinnerd dat ieder van ons iets in zich draagt dat niet aftakelt, maar dat integendeel, oneindig sterk kan worden. Dat heeft mij gerustgesteld : zelfs indien wij nu minder aankunnen dan voorheen hebben wij toch allemaal, waar wij ook zijn, elke dag opnieuw de gelegenheid om lief te hebben, om vreugde te scheppen, om hoop te koesteren.

Vanavond wil ik U eerst iets zeggen waar mijn hart vol van is, namelijk hoezeer ik U erkentelijk ben voor alles wat ik, gedurende de voorbije achtentwintig jaar, heb mogen ontvangen. De genegenheid en het vertrouwen waarmee U mij, sedert mijn huwelijk met de Koning omringt, zijn voor mij een bron van inspiratie, van vreugde en van kracht. Ik dank U daarvoor van ganser harte.

U weet dat ik een voorliefde heb voor kinderen, voor jongeren en dat mijn gedachten in de eerste plaats uitgaan naar hen die zwak en kwetsbaar en eenzaam zijn, en naar hen die zich vergeten voelen.

Nu richt ik mij in het bijzonder tot alle kinderen en alle jongeren van ons land : tot Belgen en vreemdelingen, zonder onderscheid, wat ook hun verleden moge zijn, of hun huidige levenswijze, en ik zeg hen dat ik van hen houd en in hen vertrouwen heb.

«Hoezo vertrouwen» zult U vragen, «wij kennen elkaar toch niet persoonlijk ?»

Wel, dat is omdat ik weet dat in ieder van U een mysterie leeft en ook een schat verborgen ligt die U moet ontdekken. «Waarom», vraagt U zich weleens af, «? waarom ben ik hier, in deze familie en in dit tijdperk geboren ? Waar kom ik vandaan ? Wat kom ik op deze aarde uitrichten ? Hoe ziet mijn toekomst eruit ? ?».

Zovele vragen waar we geen afdoend antwoord op vinden. Al wat we weten is dat ieder van ons verschillend is, en uniek, en recht heeft op eerbied en liefde van de anderen.

Laten wij nu eens samen op zoek gaan naar die schat van daarjuist. Hij steekt in ieder van U, maar dan heel goed verborgen, zoals alle echte schatten. En hij heeft bovendien een wonderlijke en uiterst zeldzame eigenschap : hij geraakt nooit uitgeput. Die schat, dat is ons grenzeloos vermogen om lief te hebben, om blij en hoopvol te zijn. Het is een kracht die in ons groeit tot op de laatste dag van ons leven, op één voorwaarde : dat wij er zonder ophouden gebruik van maken.

Leren liefhebben kunnen wij allemaal. En die liefde moet niet alleen bestemd zijn voor hen die voor ons lief en goed zijn ; nee, we moeten ze laten uitstralen rondom ons. Zij moet iedereen bereiken, zonder onderscheid van leeftijd, huidskleur of milieu. Zij moet gaan naar zieken en gezonden, naar hen die ons goed gezind zijn zowel als naar diegenen die we minder sympathiek vinden.

«Maar», zult U zeggen, «hoe kan men nu iedereen concreet en oprecht liefhebben ?»

Ik ben ervan overtuigd dat er duizend manieren zijn om lief te hebben. Het is een uitzonderlijke kunst en naarmate wij ze beter leren kennen gaan wij ook duidelijker inzien dat liefde betekent : behulpzaam zijn, eerst aan anderen denken, nooit de moed opgeven, delen, vreugde schenken.

Dat is de onuitputtelijke levensbron die wij in ons dragen en die ons toelaat te geven en te ontvangen, of wij nu arm zijn of rijk, jong of oud, gezond of gehandicapt. Het is een kracht die sterker is dan wapengeweld en die blijft voortleven na de dood.

Van zodra wij die kracht in ons ervaren, beseffen wij de zin van ons leven. Het mysterie in ons wordt stilaan opgehelderd en het maakt plaats voor een grote vreugde.

En om te eindigen, mijn jonge vrienden, en daarmee bedoel ik : jong van jaren en jong van hart, als ik nu voor mijn verjaardag een wens mag doen, dan is het dat wij ons allen zouden inzetten om dat prachtig avontuur te beleven, elke dag opnieuw en met de glimlach.