Toespraak tot de Overheden van het Land

  • 30/01/2008
Zie ook:
Thema:
Plaats:

Mijnheer de Eerste Minister,

Mede in naam van de Overheden van ons land heeft U mij en mijn familie heel vriendelijke wensen geboden ter gelegenheid van Nieuwjaar. Ze hebben me getroffen. Ik hecht eraan U er hartelijk voor te danken en ook voor alles wat U heeft gedaan, de jongste maanden in het bijzonder.

Dames en Heren,

Met genoegen verwelkom ik ook vandaag in deze vergadering, leden van het Diplomatiek Korps, vertegenwoordigers van de Europese Instellingen, en verantwoordelijken van NAVO en van SHAPE. Ze zijn hier allen zeer welkom. Hun aanwezigheid in ons land waarderen wij ten zeerste.

Bij het begin van dit jaar 2008 zou ik samen met U, Dames en Heren, de institutionele ontwikkeling van België willen schetsen in het breder verband van de Europese Unie.

De vooruitgang van de Europese opbouw verloopt vanuit onafhankelijke Staten naar meer integratie en eenwording toe. Tal van bevoegdheden worden op Europees niveau uitgeoefend. Twee opvallende voorbeelden uit de afgelopen jaren. Vooreerst de geboorte en de ontwikkeling van een Europese munt, de euro; daarna de toegenomen rol van Europa op het vlak van de buitenlandse politiek, in het bijzonder ter bevordering van de wereldvrede.

De institutionele ontwikkeling van België gaat een andere richting uit. Door een reeks hervormingen ontwikkelen we ons vanuit een vroeger unitaire Staat tot een moderne Federale Staat met meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheden voor de gewesten en de gemeenschappen.

Die evoluties in tegengestelde richting, worden allebei aangemoedigd door de globalisering. De uitdagingen die deze met zich brengt impliceren immers een besluitvorming die het niveau van de natiestaten te boven gaat. Vandaar de ontwikkeling van een beleid op Europees niveau zoals bijvoorbeeld inzake handelsbesprekingen, concurrentiebeleid of de gezamenlijk te leveren inspanningen om de klimaatverandering aan te pakken.

De mondialisering en de ontwikkeling van de Europese Unie stimuleren op hun beurt een bestuursniveau dat dichter bij de burgers staat, met name de gewesten. Het verschijnsel van de decentralisatie komt in Europa zowat overal tot uitdrukking. Het is ook zeer aanwezig in ons land want bij ons dienen we, buiten de regionale verschillen, ook nog rekening te houden met taal- en cultuurdiversiteit.

Die twee ontwikkelingen, de ene naar meer eenheid in Europa, de andere naar meer decentralisatie binnen de nationale Staten, vullen elkaar aan. Ze dienen op twee grondbeginselen te stoelen: de subsidiariteit en de solidariteit.

Subsidiariteit beoogt het niveau te bepalen waarop de verschillende bevoegdheden het meest efficiënt worden uitgeoefend. In sommige gevallen gaat het om het Europees, in andere om het nationaal, in nog andere om het gewestelijk niveau. Het gebeurt ook dat die bevoegdheden over meerdere bestuursniveaus worden verdeeld. Het basisprincipe om subsidiariteit in praktijk te brengen bestaat erin het best mogelijke bestuur ten dienste van de bevolking te waarborgen.

Het tweede principe is de solidariteit. Op Europees niveau doet ze zich voor onder de vorm van onderlinge solidariteit tussen de Staten, maar ook ten opzichte van de gewesten. Op nationaal vlak komt ze vooral tot uiting door interpersonele solidariteit, en op gewestelijk niveau door solidariteit tussen de subregio?s.

Ik stel dus een sterke complementariteit en verenigbaarheid vast tussen de verschillende bestuursniveaus en zeker geen tegenstelling tussen het Europese, het nationale en het gewestelijke. Niettemin doen er zich spanningen en moeilijkheden voor wanneer men een niveau overmatig wil bevoordelen ten nadele van de andere. Bijvoorbeeld, wanneer men het nationale doet primeren ten nadele van het Europese. Dit deed zich voor tijdens de lange Europese crisis die volgde op het verwerpen, bij referendum in Frankrijk en in Nederland, van het voorstel tot Europees Verdrag. Die crisis werd niet zonder moeite overwonnen door het Verdrag van Lissabon, dat onlangs werd ondertekend en dat nu ter bekrachtiging voorligt. Andere toestanden die spanningen uitlokken doen zich voor wanneer in sommige landen alleen het nationale niveau wordt behartigd en decentralisatie geweigerd of, omgekeerd, wanneer sommigen in Europa alleen het gewestelijk niveau bevoordelen ten nadele van het nationale.

De problemen die we in België hebben gekend tijdens de tweede helft van 2007, zijn gedeeltelijk toe te schrijven aan de moeilijke zoektocht naar een nieuw evenwicht tussen het nationale en het gewestelijke niveau. Maar ik ben er zeker van dat we bevredigende oplossingen zullen vinden want, afgezien van rationele argumenten, is de overgrote meerderheid van onze burgers ervan overtuigd dat regionale of gemeenschapsidentiteit aankleven, goede verstandhouding bevorderen in zijn land en werken aan het Europa van morgen, volkomen verenigbare doelstellingen zijn. Het is trouwens in die zin dat België soms wordt aangehaald als een laboratorium voor Europa. Voor zover onze gemeenschappen en gewesten in harmonie samenleven binnen eenzelfde entiteit, kunnen we de Europese opbouw terdege stimuleren, ja zelfs een voorbeeld worden.

Maar we moeten er ook zeer bewust van zijn dat we slechts geloofwaardig zullen overkomen om de verdere opbouw van Europa aan te moedigen, als we erin slagen onze interne problemen op te lossen. Met klem spoor ik dan ook alle overheden van ons land daartoe aan. Het is mijn vaste overtuiging dat onze traditie van compromis, van gezond verstand en onze creativiteit ons daarbij zullen helpen.

In die geest wensen de Koningin, ikzelf, en gans onze familie U allen een heel gelukkig en vruchtbaar jaar.