Prinses Astrid begeeft zich in de namiddag naar de gemeentelijke begraafplaats te Houthalen-Helchteren. Ze woont er de herdenkingsplechtigheid van de tiendaagse veldtocht van 1831 bij. Als herdenking aan deze veldslag tussen de Nederlandse troepen en het Belgische leger wordt op de gemeentelijke begraafplaats een grafkruis officieel onthuld, samen met twee gedenkstenen die weergeven welke feiten er zich voordeden.