Kerstboodschap 1993

  • 24/12/1993
Thema:

DE KONING :

Dames en Heren,

Naar aanleiding van Kerstmis en Nieuwjaar richt ik mij, met een zekere ontroering, voor de eerste maal, tot U allen die in België wonen.

Deze Feestdagen bieden immers een goede gelegenheid om even stil te staan bij alles wat wij samen in de voorbije maanden hebben doorgemaakt.

Voor ons land betekent "1993" het heengaan van mijn broer Koning Boudewijn. Samen hebben wij een grote droefheid gedeeld. Maar mij is ook de buitengewonen eendracht bijgebleven waarvan U blijk gaf in die pijnlijke ogenblikken. Het was alsof U, in het bijzijn van Koningin Fabiola, een laatste geschenk wou aanbieden aan de overleden Vorst, die zijn leven lang heeft geïjverd voor eenheid en vrede.

Overal ter wereld - dank zij radio, dagbladen en televisie - hebben miljoenen mannen en vrouwen onze rouw gedeeld. Zij zijn getroffen geweest door uw gehechtheid aan de overleden Vorst, aan de Monarchie en aldus, door uw gehechtheid aan ons land. Zij zijn onder de indruk gekomen van uw waardige houding en van uw samenhorigheid. Zij hebben aangevoeld dat België in deze beproeving groot was.

Velen, in binnen- en buitenland, zullen nog lang de boodschap van solidariteit, verdraagzaamheid en rechtvaardigheid van Koning Boudewijn in hun hart bewaren. Een boodschap, die zo treffend werd geïllustreerd door de getuigenissen die tijdens zijn begrafenisplechtigheid werden afgelegd.

In tijden die voor velen bijzonder hard aankomen is die boodschap hoopgevend en opbeurend. Laten wij ze dagelijks waarmaken als herinnering aan Koning Boudewijn. Elke dag weer staan wij voor nieuwe, belangrijke uitdagingen. Samen met U wil ik enkele van die uitdagingen dichterbij bekijken.

In de ekonomische crisis die ons land, ons continent en andere gebieden van de wereld treft, blijft de strijd voor de werkgelegenheid de prioriteit. Inderdaad, werkloosheid is niet alleen een grote verspilling van menselijk potentieel, het is ook voor vele mannen en vrouwen, een aantasting van hun waardigheid.

Om deze crisis te overwinnen zijn, zowel hier als elders, meer solidariteit, meer rechtvaardigheid, en meer creativiteit geboden.

In de eerste plaats wil ik het hebben over de solidariteit tussen diegenen die een baan hebben en zij die werkloos zijn. Dit wil zeggen dat zij die werk hebben hun betrachtigen naar hoger loon op het achterplan zouden plaatsen ten einde de werkgelegenheid te beveiligen en nieuwe banen te scheppen, vooral voor de jongeren. Het betekent ook dat wij vindingrijk moeten zijn om de arbeidstijd te herschikken en de organisatie van de arbeid te versoepelen.

In deze crisistijd is ook het begrip rechtvaardigheid belangrijker dan ooit.
Rechtvaardigheid wil onder andere zeggen dat iedereen zou nadenken over het feit dat belasting betalen, de fiscale en de sociale wetgeving naleven, zowel naar de letter als naar de geest, evenveel vormen zijn van burgerzin.

Rechtvaardigheid vereist ook dat wij ons zouden verzetten tegen de sociale uitsluiting die meer en meer toeslaat in onze grote steden.

Sommige burgers raken verstoten van de meest levensnoodzakelijke goederen, van bijvoorbeeld woongelegenheid. Anderen vallen door de mazen van het net ondanks onze stelsels van sociale zekerheid en ondanks ons onderwijs. Wij mogen ons niet neerleggen bij deze gang van zaken.

Tot slot is ook creativiteit een sleutelwoord bij het overwinnen van de economische crisis. Want creativiteit moet een klimaat scheppen dat nieuwe initiatieven bevordert. Creativiteit moet de ondernemingswil - een typisch kenmerk van onze bevolking - aanmoedigen, inzonderheid bij de jeugd. In dit verband is het zeer belangrijk dat wij efficiënt investeren in wetenschappelijk onderzoek, de voedingsbodem voor nieuwe activiteiten.

Op het vlak van de Internationale politiek zal het streven naar rechtvaardigheid en solidariteit van ons, eveneens, een grotere inzet vergen.

In Europa is het verdrag van Maastricht, tijdens het Belgisch Voorzitterschap, een werkelijkheid geworden. Het moet de uitbouw van een economische en monetaire unie aanmoedigen en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands beleid mogelijk maken. Bovendien, heeft de jongste Europese Raad in Brussel een verreikend plan ter bestrijding van de werkloosheid aangenomen. Maar Europa, ons Europa, moet zijn ziel bewaren die als het ware gesmeed werd door de eeuwenlange ontwikkeling van zijn vele rijke culturen. Onze krachten bundelen, met eerbied voor onze verschillen, van Europa een ruimte maken waar economisch dynamisme, sociale rechtvaardigheid en duurzame vrede samengaan, ziedaar de unieke uitdaging voor ons continent.

België, met zijn centrale ligging en zijn verschillende gemeenschappen heeft de mogelijkheid, als ze dat wil, aan Europa te bewijzen dat culturele verscheidenheid in harmonie beleefd, een bron kan zijn van welvaart en vernieuwing.

Op die manier kan ons land in een belangrijke mate bijdragen tot de uitbouw van het nieuwe Europa. Europa moet zijn belangrijke historische rol verder kunnen vervullen in de wereld van de 21ste eeuw.

Tijdens recente gesprekken met Nelson Mandela, Itzhak Rabin en Yasser Arafat heb ik kunnen vaststellen dat een aanzienlijke voortuitgang werd geboekt op het vlak van de solidariteit en van de rechtvaardigheid in bepaalde streken van de wereld. De nog af te leggen weg is zeker groot maar de inspanningen van diegenen die oude veten en verschillen hebben kunnen overbruggen, zijn hoopvolle tekens voor landen waar zich, spijtig genoeg, nog wrede burgeroorlogen afspelen. Bloedige broedertwisten gaan door in voormalig Joegoslavië, voornamelijk in Bosnië-Herzegovina, en in vele Afrikaanse landen, waarvan sommigen ons nauw aan het hart liggen, en waar het lijden en de nood van de bevolking onmetelijk zijn.

In dit verband zou ik een bijzondere hulde willen brengen aan onze troepen die werkzaam waren, en nog zijn, in voormalig Joegoslavië, in Somalië, in Rwanda, om er de vrede te bewaren. Hun aanwezigheid en hun humanitaire actie worden door de internationale gemeenschap hoog gewaardeerd. Zij verdienen onze oprechte erkentelijkheid.

Beste kijkers, beste luisteraars, laten wij overal waar het mogelijk is, zowel hier te lande als in de vreemde, de verdediging van de zwaksten op ons nemen.

Ziedaar enkele beschouwingen waar ik het vandaag met U wou over hebben. Graag geef ik nu het woord aan mijn echtgenote.

DE KONINGIN :

Vooreerst wou ik U zeggen hoezeer de Koning en ikzelf diep getroffen zijn geweest door de hartelijkheid waarmee wij bij elke blijde intrede werden ontvangen.

Dank U voor uw talrijke opkomst en warme handdruk, voor uw vriendelijke blik en spontane glimlach.

Dank U ook voor de boodschappen van verbondenheid en samenhang die zovele kinderen, in elke stad, met wondermooie tekeningen hebben uitgebeeld.

Deze golf van sympathie hebben de Koning en ikzelf ervaren als een kostbare aanmoediging om met ons voornemen door te gaan en zonder de minste aarzeling het beste van onszelf te geven.

Ik zou U willen vragen, ter gelegenheid van Kerstmis en Nieuwjaar, de hartelijke momenten die wij samen hebben gekend, te laten verder leven bij onze bejaarden en hen zodoende een bijzondere blijk van genegenheid te betuigen.

1993 is immers het Europees jaar van de Bejaarden en van de solidariteit tussen de generaties. Tijdens deze feestdagen voelen vele oudere mensen zich eenzaam alhoewel zij, hun ganse leven lang, veel van zichzelf hebben gegeven aan hun familie, aan hun bekenden, aan hun werk, aan hun land.

Wij zouden hen werkelijk een mooie hulde brengen mocht ieder van ons, nu, één bejaarde speciaal bedenken met een attentie, een bloem, een glimlach, die met meer warmte dan naar gewoonte duidelijk maakt : Je bent ons echt nabij.

Samen met Koningin Fabiola, onze kinderen en kleinkinderen wensen de Koning en ikzelf U van ganser harte Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar.