ICMEC

  • 17/01/2007
Zie ook:
Thema:

Mevrouw, Majesteit, Excellentie, Mevrouwen, Mijne Heren,

In 2004 stelde Mevrouw Chirac voor een gevolg te geven aan de ICMEC vergadering die in november dat jaar in Brussel plaatsvond.
Geachte Mevrouw, in naam van alle hoge gasten die hier op uw initiatief aanwezig zijn, maar ook in naam van alle kinderen, wens ik U van ganser harte te danken.

Ik sta hier vandaag, als moeder, grootmoeder maar ook als inwoner van Europa. Onze kinderen, onze jong volwassenen leven in een wondere, doch vaak gevaarlijke wereld. Dankzij de vooruitgang op het vlak van communicatie en informatica gaat voor deze jongeren een geheel nieuwe wereld open; een wereld die hen helaas ook blootstelt aan talloze, vaak onzichtbare en sluipende gevaren.

Enkel met verenigde krachten kunnen wij onze kinderen voldoende bescherming bieden tegen deze bedreigingen.

Ik ben verheugd over de inspanningen die op de hoogste niveaus geleverd worden: bij de Verenigde Naties, de Raad van Europa, in de Instellingen van de Europese Unie, in het OVSE waar er in december 2006 onder het Belgische voorzitterschap een belangrijke ?Beslissing tegen de Seksuele Uitbuiting van kinderen? werd aangenomen.

De verspreiding van kinderpornografie via het Internet en de onherstelbare schade die deze praktijk aanricht, houden me sterk bezig.
Om deze plaag te bestrijden, dienen een aantal concrete maatregelen te worden genomen op Europees vlak en indien mogelijk, op wereldvlak.
Ik bespreek er een viertal in het kort:

1. Ten eerste: er zijn in Europa nog steeds een aantal landen waar het bezit van kinderpornografisch materiaal niet strafbaar is, ook al legt de Europese wetgeving hen dat op. Een duidelijke en rechtlijnige wetgeving lijkt me aldus noodzakelijk.
2. Ten tweede zou elke Lidstaat moeten beschikken over een speciale politie-eenheid voor misdaden die via het Internet worden gepleegd. Teneinde deze onderzoeken nog efficiënter te laten verlopen, zouden de gegevens uitgewisseld kunnen worden tussen de verscheidene lidstaten onderling.
3. Ten derde meen ik dat overheden die vóór een dergelijke uitdaging staan, niet alleen kunnen werken! Ook van de economische wereld, meer bepaald van de financiële instellingen en van de internetproviders wordt een inspanning gevraagd. Zij kunnen bijvoorbeeld het verhandelen en het verspreiden van kinderpornografisch materiaal meehelpen op te sporen. Een sprekend voorbeeld van een dergelijke samenwerking is de arrestatie in Duitsland van 322 personen die ervan verdacht werden pedofiele internetsites te bezoeken. Dit kon gebeuren dankzij de samenwerking tussen de politie en de banksector.
4. Ten slotte mogen we niet voorbijgaan aan het feit dat achter ieder geval van kinderpornografie een kind schuilgaat: vaak gaat het om gekwetste kinderen die het slachtoffer werden van perverse individuen. Naast het bestraffen van de makers, verdelers en gebruikers van kinderpornografie, moet er tevens werk gemaakt worden van het terugvinden van de slachtoffers voor wie psychologische en sociale begeleiding moet worden voorzien.

Al deze maatregelen kunnen al een belangrijke stap betekenen in het indijken van een fenomeen dat jammer genoeg reeds op grote schaal opduikt.

Daarnaast moeten wij ook onze preventieve maatregelen onverminderd voortzetten en verder uitbreiden, zowel voor de ouders, de kinderen als voor alle mensen die zich inzetten voor kinderen. Tal van verenigingen leveren al bewonderenswaardig werk op dit vlak; zij verdienen alle steun van de overheid. Het veldwerk is immers van cruciaal belang: al deze verenigingen, hun medewerkers en hun groeiende aantal vrijwilligers verdienen onze oprechte gelukwensen.

Het is mijn vurige wens dat de gevoerde discussies en de contacten die hier vandaag worden gelegd, kunnen uitmonden in concrete resultaten in de strijd tegen de verdwijning van kinderen en tegen deze plaag die ons allemaal beroert.

Van harte dank voor uw aandacht.