Economische Commissie voor Europa, ter voorbereiding van de Conferentie van Beijing over Vrouwen

  • 18/10/1994
Zie ook:
Thema:

Mevrouw de Voorzitter,
Dames en Heren,

Uw uitnodiging om deel te nemen aan deze Regionale Conferentie voor Europa, als voorbereiding op de Conferentie in Beijing over het Statuut van de Vrouw, verheugt mij ten zeerste.

U hebt me uitgenodigd in mijn hoedanigheid van lid van de Consultatieve Groep, opgericht door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, met het oog op de Beijingconferentie.

Het is in die hoedanigheid dat ik U zou willen zeggen hoezeer ik ervan overtuigd ben dat, bij de aanvang van de 21ste eeuw, het de hoogste tijd is om de waardigheid van de vrouw, en haar essentiële rot in de gemeenschap ten volte te erkennen.

Men kan zich de vraag stellen welke de criteria zijn die de menselijke waardigheid bepalen. Zij worden immers op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd, naargelang het gaat om man of vrouw, om onze landen of die van andere continenten, en zelfs tussen vrouwen onderling.

Wij hoeven niet noodzakelijk de criteria van andere culturen tot de onze te maken. Evenmin hebben wij het recht onze eigen criteria op te leggen, die al te vaak op productiviteit gericht zijn en geen rekening houden met het levensritme en de levenswijze van minder geïndustrialiseerde landen.

Ik geloof dat , door dialoog en wederzijds respect, alle culturen het eens kunnen worden over een begrip van de menselijke waardigheid die aan elke persoon, man, vrouw of kind, het volle recht geeft hun leven uit te bouwen, aangezien ieder mens vrij en gelijk aan de andere geboren is.

Wanneer een individu de menselijke waardigheid niet eerbiedigt volgens dit universeel criterium, dan wordt hij snel bereid gevonden bepaalde vormen van uitbuiting te aanvaarden, of er zelfs aan deel te nemen. En wanneer de internationale gemeenschap het niet als haar eerste plicht beschouwt aan ieder mens zijn waardigheid te verzekeren, dan is zij bereid voor de grofste collectieve onrechtvaardigheden de ogen te sluiten.

Dit is de grondreden waarom ik aanvaard heb om als woordvoerster op te treden van de plattelandsvrouwen in de arme landen. Ik doe het vanuit een diepe persoonlijke overtuiging, en om gevolg te geven aan de dringende oproep van een groep militanten die een dringende oplossing willen voor deze ondraaglijke toestand.

Ik vraag niet dat alle problemen van de vrouw behandeld worden volgens categorieën vrouwen in rijke landen of in arme landen, vrouwen op het platteland of in de grote steden. Het is juist dat alle categorieën discriminaties ondervinden.

Maar men moet hoe dan ook erkennen dat de discriminaties die de plattelandsvrouwen in de ontwikkelingslanden ondergaan zonder enige twijfel de meest uitgesproken, de zwaarste en dus de meest schandelijke zijn. Die vrouwen zijn in elk opzicht de armste onder de armen, ondanks de vitale rol die zij vervullen in de economische en sociale ontwikkeling van hun land.

Op dit ogenblik zijn de plattelands vrouwen van de derde wereld minder goed gevoed dan de mannen, werken zij vaak voor een hongerloon of soms zelfs voor niets, krijgen minder opvoeding en minder gezondheidszorg. Bovendien moeten zij tradities en culturele, technische en economische obstakels trotseren die een belemmering vormen om hun situatie te veranderen.

Deze verschillende elementen liggen aan de basis van de feminisatie van de armoede die op dit moment meer dan 500 miljoen vrouwen in de wereld treft.

De toenemende armoede van de plattelandsvrouwen vermindert hun capaciteit om de essentiële zorgen en diensten te verlenen aan hun familie en hun gemeenschap. Zij versnelt de plattelandsmigratie, wat zich vertaalt in een groei van de stadsarmoede, in geweld, prostitutie en verspreiding van Aids onder vrouwen. Extreme armoede leidt bijna onvermijdelijk tot gedwongen prostitutie van vrouwen en kinderen en dus tot mensenhandel.

U zult me vragen waarom dit thema van de arme plattelandsvrouwen, dat vooral een derde-wereld-probleem is, behandeld zou moeten worden op een conferentie als deze. Te meer daar de integratie van de plattelandsvrouwen in de economische en sociale structuren van hun land in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van die landen zelf is.

De reden is dat ik ervan overtuigd ben dat de industrielanden dit integratieproces kunnen stimuleren.

Finland, Duitsland, Noorwegen, Zweden, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn, met nog anderen, uitstekende voorbeelden van landen die een aanzienlijke ervaring hebben in een gedifferentieerde aanpak van de aspecten man/vrouw in de plattelandsprojecten die zij financieren.

Zij hebben de gender-aspecten van de ontwikkeling opgenomen in de procedures die zij toepassen op hun projecten en programma#s. Bovendien consulteren zij systematisch de vrouwen en de mannen van de doelgroepen, opdat de projecten werkelijk zouden beantwoorden aan hun noden. Deze positieve mentaliteitsevolutie in de donorlanden moet zich voortzetten en uitbreiden.

Welke zijn nu concreet de domeinen waar actie prioritair is en waar de industrielanden een nuttige bijdrage kunnen leveren´

- Onze landen kunnen de ontwikkelingslanden bijstaan om de toegang van de plattelandsvrouwen tot grondbezit, krediet, vorming en gezondheidszorg te verbeteren door hen te helpen de nog vaak discriminerende wetgevingen aan te passen.

- Om het gebrek aan gegevens over de plattelandsontwikkeling en de integratie van de vrouwen in de ontwikkelingssamenwerking te verhelpen, is het onontbeerlijk dat alle nationale en internationale organismen een inspanning leveren voor de inzameling, analyse en gebruik van gedifferentieerde statistieken volgens geslacht.

- Van bijzonder belang is de oprichting van vrouwenverenigingen. Dergelijke verenigingen en coöperatieven helpen de vrouwen om hun drievoudige rol van moeder, opvoedster en economische kracht op een volwaardige manier te vervullen, en te vermijden dat één activiteit de andere in het gedrang brengt. De vrouwen vinden er ook steun om door te dringen tot de beslissings- en bestuursniveau#s.

- Ik zou bovendien de noodzaak willen beklemtonen van een volgehouden inspanning tot coördinatie en verhoging van de financiële middelen door de verschillende instanties die met ontwikkelingshulp begaan zijn, of zij nu nationaal zijn of internationaal, gouvernementeel of niet-gouvernementeel.

- Tenslotte moet ik een pijnlijk probleem aanhalen waar West-Europa een bijzondere verantwoordelijkheid draagt. Meer en meer vrouwen uit ontwikkelingslanden en uit landen met economieën in overgang worden, onder valse voorwendsels, naar onze landen gelokt en worden er tot prostitutie gedwongen. Dit is een vorm van moderne slavernij die men niet krachtig genoeg kan veroordelen en, zowel nationaal als internationaal met alle middelen moet bestrijden. Het zijn immers meer en meer de georganiseerde internationale misdaadnetwerken die deze mensenhandel beheersen.

- Om te besluiten. Het spreekt vanzelf dat deze Regionale Conferentie in de eerste plaats de specifieke problemen van de vrouwen uit westerse landen en uit de landen met economieën in transitie tot onderwerp heeft. Toch zou ik U willen vragen dat zij zich eveneens uitdrukkelijk solidair verklaart met de derde-wereld-landen en dat zij de noodzaak erkent om het probleem van de plattelandsvrouwen van alle arme landen dringend aan te pakken.

Dit is de boodschap die ik met U wilde delen. Ik dank U voor Uw aandacht.