Conferentie naar aanleiding van de 10de verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind

  • 27/09/1999
Zie ook:
Thema:

Mevrouw Kwasniewska,

Ik dank U van ganser harte voor uw initiatief deze Conferentie te organiseren naar aanleiding van de tiende verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De doelstellingen van het Verdrag liggen me na aan het hart en ik stel de gelegenheid zeer op prijs om aan deze bijeenkomst te kunnen deelnemen.

In 1978 was het de Poolse regering die voorstelde de onderhandeling van dit Verdrag aan te vatten. Daarom is het zeer passend dat wij deze tiende verjaardag in uw land herdenken. Het Verdrag werd door alle lidstaten van de Verenigde Naties bekrachtigd op twee na. We mogen dus stellen dat de tekst van het Verdrag grotendeels op een universele consensus berust.

Mevrouw Kwasniewska,
Mijnheer de Voorzitter,
Geachte deelnemers,

In september 1990, één jaar na de ondertekening van het Verdrag, werd in aanwezigheid van 71 Staatshoofden en Regeringsleiders in New York een Wereldtop over Kinderen gehouden. Ter gelegenheid van die Top hield wijlen Koning Boudewijn, die België vertegenwoordigde, een emotionele oproep voor de bescherming van kinderen in gevaar. Zijn pleidooi is vandaag nog even relevant als toen.

Momenteel zijn er wereldwijd zowat 70 miljoen kinderen, jonger dan twaalf, die arbeid moeten verrichten in totaal onaanvaardbare omstandigheden, zoals slavernij en onder doodsbedreiging. Het spreekt voor zich dat het recht op onderwijs dat fundamenteel is voor hun ontwikkeling, voor deze kinderen helaas niet is weggelegd. We kunnen onze ogen niet langer sluiten voor deze verschrikkelijke feiten.

De bekrachtiging van het Verdrag verbindt de regeringen ertoe de rechten van het Kind in hun eigen land integraal te doen naleven. Er werden reeds heel wat inspanningen geleverd, maar er blijft nog een lange weg af te leggen.

We zien echter redenen tot hoop in de activiteiten van internationale organisaties en ook in het groeiend aantal niet-gouvernementele organisaties die regeringen ertoe aanzetten hun verbintenissen na te komen. Ik denk hierbij aan internationale initiatieven zoals ECPAT (?End Child Prostitution and Child Trafficking?), het ?International Programme for the Elimination of Child Labour? (IPEC) en aan nog vele andere.

Ik zou nu drie Belgische initiatieven -naast tal van andere- willen toelichten die opgestart zijn in het raam van het Verdrag.

Eerst en vooral vermeld ik de Ombudsman voor Kinderen. Net als in Noorwegen en in een groeiend aantal andere landen, zijn onze Ombudsmannen het levend gezicht geworden van een omvangrijk administratief netwerk ter bescherming van het Kind.

Ten tweede. In heel wat landen bestaan initiatieven om jongeren te informeren over hun rechten en verantwoordelijkheden. Iedereen zal het er met mij over eens zijn dat de teksten van de mensenrechtenconventies in het algemeen te droog en te abstract zijn voor schoolkinderen. In België komen kleine groepen van jongeren bijeen voor een beter begrip van hun rechten en om hun problemen onder woorden brengen. Zij leren op die manier op hun rechten te staan zonder daarbij inbreuk te plegen op de rechten van anderen. Het project kreeg de naam ?What do you think´? en werd door UNICEF in nog 11 andere landen gelanceerd.

Ten derde, en in een totaal andere en werkelijk tragische context, werd in België in 1996, na de ontdekking van de lichamen van verscheidene ontvoerde en misbruikte jonge kinderen, door de Belgische Regering het Centrum voor Vermiste en seksueel misbruikte Kinderen - Child Focus - in het leven geroepen. Dit Centrum, dat totaal onafhankelijk van de Belgische regering werkzaam is, helpt ouders vermiste kinderen terug te vinden en stimuleert de medewerking van het publiek. Het eigenlijke onderzoek blijft in handen van de bevoegde autoriteiten, zowel op gerechtelijk als op politioneel vlak. Child Focus heeft reeds een grote bekendheid verworven en is via een noodnummer 24 uur per dag bereikbaar voor het publiek. De eerste 16 maanden werden 1350 dossiers van vermiste kinderen geopend. Het Centrum heeft de behoefte aan een Europees netwerk nog meer benadrukt. Misdaad kent immers geen grenzen.

Ik hoop dat bijeenkomsten als deze een stimulans mogen betekenen om een heus internationaal netwerk op te zetten dat de strijd kan aangaan tegen deze verderfelijke aanslag op de onschuld van onze kinderen, die een smet werpt op ons aller geweten.

De Belgische initiatieven die ik heb aangehaald zijn slechts enkele voorbeelden van specifieke domeinen waartoe de ondertekenaars van de Conventie zich verbonden hebben om alle kinderen te beschermen. Nog zoveel andere aspecten vergen onze permanente inzet.

Alle kinderen, ook die uit gebroken gezinnen, hebben het recht op te groeien in een veilig, attent en respectvol klimaat met liefhebbende ouders. Geen enkele Conventie of hoogstaande internationale Top kan bieden wat enkel het gezin kan geven.

Ik ben er sterk van overtuigd dat het gezin het innerlijk sanctuarium is van de maatschappij, de fundamentele gemeenschap van liefde, de eerste school van menslievendheid waar het karakter van kinderen wordt gevormd en voorbereid om verantwoordelijkheid te dragen tegenover hun medemens.

Ik dank Mevrouw J. Kwasniewska andermaal voor haar lovenswaardig initiatief ons hier bijeen te hebben gebracht om de tiende verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind te vieren. De volledige toepassing van het Verdrag zou ieders zorg moeten blijven. We worden allen opgeroepen ons uiterste best te doen om ?KINDEREN TE LATEN LACHEN IN HET NIEUWE MILLENNIUM?.