Message de Noël du Roi - 2011

  • 24/12/2011
Voir aussi :

In de eerste plaats wens ik aan de families van de slachtoffers van het drama in Luik en ook aan de gewonden het ontroerde medelijden van het ganse land te betuigen.  Aan de verschillende diensten die te hulp snelden, zeg ik hartelijk dank.

Dames en Heren, 

Ter gelegenheid van onze Nationale Feestdag heb ik u mijn grote bezorgdheid over onze lange politieke crisis te kennen gegeven, en ook gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van die crisis.

Eindelijk kan ik mij vandaag, samen met u, zeer verheugen over de afgesproken institutionele akkoorden en over de vorming van een nieuwe volwaardige Federale regering. Dat betekent dat ons land nog steeds compromissen kan sluiten die bijeenhouden, zowel op communautair vlak als op sociaaleconomisch vlak.

Zeker, alles is daarmee niet opgelost. Er blijven meerdere uitdagingen.

Vooreerst zullen de afgesproken institutionele hervormingen een juiste uitdrukking moeten krijgen in wetteksten die aan de gefedereerde entiteiten meer bevoegdheden, een grotere fiscale autonomie, en een toegenomen responsabilisering zullen toekennen. Die verandering moeten we doorvoeren zonder nostalgie, maar vastberaden, opdat dit nieuwe project voor ons land met succes zou worden bekroond.

Terzelfder tijd zal de regering het hoofd moeten bieden aan reusachtige economische en sociale uitdagingen. Ook hier werden strikte beslissingen genomen om het welzijn van de bevolking in de toekomst te vrijwaren. Nochtans, om snel de openbare financiën van ons land te herstellen zal ieder, naar vermogen, de vereiste offers moeten brengen.

Maar volstaat het institutionele en economische hervormingen aan te wenden om ons land ingrijpende vorderingen te doen maken ?

Dat is essentieel maar niet voldoende. Waar het op aankomt, is ervoor te zorgen dat die hervormingen gepaard gaan met een diepgaande evolutie van onze mentaliteiten.

Op dat vlak denk ik in de eerste plaats aan een betere verstandhouding tussen de burgers van onze verschillende Gemeenschappen en Gewesten. Het zou toch onvoorstelbaar zijn, in een periode waarin zo dikwijls sprake is van globalisatie en van openheid ten aanzien van andere culturen op internationaal vlak, dat de goede verstandhouding tussen dichte buren, in eenzelfde land, mank zou lopen.

Wij dienen ons dus in te spannen om elkaars cultuur en mentaliteit beter te begrijpen. Dan zullen we de bestaande complementariteit tussen onze verschillende Gemeenschappen en Gewesten inzien en die rijkdom ervaren als een bron van verdraagzaamheid en creativiteit. Wij moeten projecten die burgers aansporen elkaar beter te leren kennen aanmoedigen, en simplistische en onjuiste  karikaturen van de andere resoluut van de hand wijzen. Die bevorderen alleen maar steriele tegenstellingen en vooroordelen, en zaaien verdeeldheid.

Het is mijn overtuiging, als wij die weg verder bewandelen, dat er nieuwe vormen van samenwerking zullen groeien tussen onze gefedereerde entiteiten, die nu meer zelfstandig zijn geworden. Dat heeft zich destijds ook voorgedaan in de universitaire wereld.

Wij moeten er tenslotte over waken, in deze moeizaamste economische periode sinds de Tweede Wereldoorlog, dat de traditie van dialoog tussen sociale partners niet wordt geschaad. Immers, het is een grote verworvenheid van ons land. Het behartigen van de sociale cohesie moet bij iedereen een voortdurende zorg zijn.

Nu wij ons vermogen om binnenlandse problemen op te lossen hebben teruggevonden, zijn wij opnieuw geloofwaardig, op internationaal vlak, om onze rol van pionier in de Europese eenmaking terug op te nemen. In menig opzicht kan alleen een coherent Europa de actuele belangrijke uitdagingen aan. Wij kunnen daar efficiënt toe bijdragen.

Alvorens te besluiten zou ik twee groepen burgers heel bijzonder willen eren.

In dit jaar van het vrijwilligerswerk wil ik alle vrijwilligers van ons land hartelijk feliciteren. En ze zijn talrijk. Niet minder dan een miljoen landgenoten werken edelmoedig en deskundig ten bate van anderen. Zij verdienen onze dankbaarheid en onze bewondering.

Ook wil ik me nogmaals tot onze militairen richten. Zij zullen de feesten van Kerstmis en Nieuwjaar ver van hun familie, in Afghanistan, Libanon of Afrika doorbrengen. Zij werken daar aan een betere wereld. Ik dank ze zeer hartelijk alsook zij die, recent nog, in het luchtruim of voor de kusten van Libië opereerden.

In die geest van streven naar vrede, zowel in binnen- als in buitenland, wensen de Koningin, ikzelf, en gans onze Familie u een vrolijk Kerstmis en een gelukkig nieuwe jaar.